Door opzegging

In het geval van een contract voor onbepaalde tijd, eindigt deze door opzegging. In enkele gevallen kan dit ook bij contracten voor bepaalde tijd, indien dit schriftelijk is overeengekomen. Er zijn drie soorten opzegging. De ‘gewone’ opzegging, de opzegging wegens een dringende reden en de opzegging tijdens de proeftijd.

Bij de gewone opzegging dient een opzegtermijn in acht te worden genomen. Voor de werknemer is deze termijn altijd één maand. Voor de werkgever is dit afhankelijk van de tijd dat de overeenkomst heeft geduurd. Daarnaast dient een werkgever de regels van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA) in acht te nemen. Dat houdt ondermeer in dat de werkgever een opzeggingstoestemming van het CWI dient te krijgen.

Opzegging wegens een dringende reden wordt vaak ook ontslag op staande voet genoemd. Een dergelijke opzegging dient aan vier eisen te voldoen. Er dient een objectieve en een subjectieve dringende reden te zijn. De opzegging dient onverwijld (direct of zo snel mogelijk) te worden aangezegd en de omstandigheden dienen te worden meegewogen. Ontslag op staande voet kan plaatsvinden als er bijvoorbeeld sprake is van diefstal door de werknemer, de werknemer valse inlichtingen heeft verstrekt of bijvoorbeeld als hij de geheimhouding schendt. De werknemer kan ook op staande voet ontslag nemen. Dat kan bijvoorbeeld wanneer het loon niet wordt voldaan.

Tijdens de proeftijd kunnen beide partijen op ieder moment opzeggen. Daarbij hoeven dan geen termijnen of regels in acht te worden gehouden. In principe is ook de reden van opzegging dan niet van belang.

Geplaatst op 2010-05-19 09:14:47